Arcana IR-documentatie · Nederlandse vertaling English

RB-TRIAGE-011: Triage van alerts van het cloudplatform

Documentbeheer

Kenmerk Waarde Datum
Documentnaam Triage van alerts van het cloudplatform [Datum invullen]
Versie [Versienummer invullen] [Datum invullen]
Eigenaar [Eigenaar/team invullen] [Datum invullen]
Status [Draft/Approved/Retired] [Datum invullen]
Volgende reviewdatum [Volgende reviewdatum invullen] [Datum invullen]
Goedkeuringen [Goedkeurder(s) invullen] [Datum invullen]
Wijzigingsoverzicht Eerste versie [Datum invullen]

1. Vereisten

2. Stap-voor-stap-instructies

Veelgemaakte fouten

  • De alert sluiten voordat is gecontroleerd of de activiteit nog gaande is
  • Een alert over één resource los bekijken zonder aangrenzende resources te controleren die dezelfde identiteit, rol of VPC delen
  • Aannemen dat een onschuldig klinkende alert (bijv. Recon:EC2/Portscan) weinig risico heeft, terwijl die wijst op actieve verkenning vanaf een workload in handen van een aanvaller
  1. Leg de details van de alert vast

    • Leg alert-ID, brondienst, severity, type bevinding en tijdstip vast
    • Leg het getroffen cloudaccount / de subscription / het project / de tenancy vast
    • Leg de getroffen resource vast (instance-ID, container-/pod-ID, functienaam, storage bucket, database)
    • Leg de identiteit vast die bij de activiteit hoort (gebruiker, rol, service account, workload identity)
    • Leg de betrokken bron-IP's, regio's, user-agents en doeldiensten vast
  2. Bevestig dat de alert echt is

    • Controleer of het bron-IP / de user-agent / de regio overeenkomt met bekende betrouwbare infrastructuur (CI/CD, jump hosts, automatisering)
    • Controleer of de actie gedocumenteerd of verwacht is (bijv. recente deployment, change-ticket, geplande job)
    • Controleer in de log van de cloud control plane of dezelfde actor in de periode vóór de alert vergelijkbare activiteit uitvoerde
    • Is de activiteit verwacht → sluit af als onschuldig, leg de onderbouwing vast en verlaat het runbook
  3. Stel vast of de activiteit nog actief is

    • Doorzoek de log van de cloud control plane op de identiteit uit de alert in de laatste 15 minuten
    • Doorzoek de workload-telemetrie (EDR, OS-logs die naar de SIEM gaan) op lopende proces- of netwerkactiviteit
  4. Stel de scope van de activiteit vast

    • Maak een lijst van elke resource die de identiteit uit de alert in het incidentvenster heeft aangeraakt (log van de control plane)
    • Maak een lijst van elke regio waarin de activiteit is waargenomen
    • Maak een lijst van elke andere identiteit die mogelijk vanaf hetzelfde bron-IP / dezelfde sessie is gebruikt
  5. Classificeer de activiteit

    • Deel de alert in bij een van de volgende:
      • Afwijkend gedrag van een workload (cryptomining, reverse shell, onverwacht uitgaand verkeer)
      • Misbruik van de control plane (IAM-wijziging, aanmaken van resources, sabotage van securitydiensten)
      • Misbruik van credentials (gebruik van een credential vanuit een nieuwe regio / bron / user-agent)
      • Verkenning (portscan, aftasten van IMDS, opsommen van buckets / rollen)
      • Afwijkende toegang tot data (ongebruikelijk patroon van toegang tot buckets / databases)

3. Na afloop

Bijdrager

Jayden Vo GitHub: https://github.com/jayden-vo

Heeft bijgedragen aan het Arcana Incident Response Documentation Framework.